Bekroning

Steltenlopers zijn immaterieel cultureel erfgoed

Gepost op 04/07/2018
Door: Goeiedag Opwijk

De Merchtemse Steltenlopers kregen hun erkenning als immaterieel erfgoed in Vlaanderen. Volgende stap is de erkenning als Unesco Werelderfgoed. “Deze erkenning is belangrijk voor het voortbestaan van de steltenlopers”, zegt schepen David De Valck (Open VLD).

Die Vlaamse erkenning verkrijg je niet zomaar. Roger Jonas, Janick Appelmans en David De Valck werkten twee jaar lang aan een goed onderbouwd dossier, dat door Sven Gatz (Open VLD) nu werd goedgekeurd.

Zo’n titel wordt gegeven aan gebruiken of gewoonten uit het verleden, die men nu nog altijd koestert en levend(ig) wil houden. “Erfgoed is niet alleen iets van het verleden, maar iets dat je van generatie tot generatie doorgeeft”, sprak de Vlaamse minister van Cultuur. “Ik zie mensen met veel kilometers op de teller, maar ik merk ook jongeren op, die het gebruik zullen verder zetten.”

De Merchtemse Steltenlopers, die onmiddellijk na de tweede wereldoorlog boven de doopvont werden gehouden (vandaar de tricolore kleuren) en nu 120 leden tellen, zijn inmiddels wereldbekend geworden. Gatz noemt ze ambassadeurs van het land en de gemeente, die dit jaar nog veel succes boekten met een taptoe op het Rodeplein in Moskou.

“Er werd ons toen gevraagd om de Brabançonne of de Vlaamse Leeuw te spelen, maar we hadden die partituren niet bij en dan hebben we maar ons eigen volkslied gespeeld”, grinnikt De Valck, die zelf muzikant is bij de Steltenlopers. “Dat is Vietnam ter ore gekomen, waar we binnenkort naar toe trekken. Zij hebben hun partituren voor alle zekerheid al doorgestuurd. “(lacht).

Wat de Merchtemse Steltenlopers van andere steltenlopers onderscheidt? “Wij hebben een aaneengebonden groep om goed in de pas te blijven. Dat is vrij uniek. De meeste groepen stappen op dezelfde hoogte en blijven dicht bij de grond. Wij gaan van klein naar 4m hoog. We hebben altijd een ladder mee. We maken onze stelten zelf, die we ook zelf beschilderen.”

De Merchtemnaars vrezen niet dat ze ooit zouden uitsterven. “Die erkenning kunnen we bijschrijven op ons palmares”, licht voorzitter Roger Daelemans toe. “Ze opent perspectieven. We worden veel gevraagd, verzorgen 66 optredens per jaar, waarvan bijna de helft in het buitenland. Voor overzeese optredens wordt meestal het vliegtuigticket voor alle deelnemers en het vervoer van onze materialen betaald, maar al de rest is voor onze rekening.”

“Per optreden krijgen we een gage van 1.500 tot 1.600 euro als we een optreden verzorgen met 50 tot 60 man. Met een kleinere groep is onze prijs navenant. Voor optredens in Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje en Italië betalen de organisatoren de volledige factuur.”

Erik Gyselinck