Will Tura

Will Tura is op 2 augustus 70 geworden en dat heeft de Vlaamse pers niet over het hoofd gezien. Met een carrière die intussen ruim een halve eeuw omspant, duizenden concerten en honderden liedjes, kent hij in Vlaanderen zijn gelijke niet. Begin juni was Tura nog te gast op de Nacht van Affligem van de Leeuwkens. Wij van Goeiedag mochten Will Tura even privé spreken.

Door Rudy De Saedeleir

In je biografie staan enkele zaken die weinig fans wisten, zoals het feit dat je al van kleins af een gehoorprobleem hebt.

‘Ik hoor inderdaad nauwelijks door mijn rechteroor. Dat kwam door een zware infectie aan het binnenoor, die te laat werd ontdekt. Ik was vijf jaar en het was op het einde van de oorlog. Ik moest onmiddellijk naar Brugge voor een operatie. De operatie lukte, maar mijn gehoor was al te zwaar beschadigd om nog te kunnen herstellen. Desondanks heb ik toch een zeer geoefend gehoor. Mijn toonvastheid bij het zingen, daar brengt niemand me vanaf, hoor. Ik heb nog jarenlang zonder ‘stages' (luidsprekers op het podium, red.) gezongen. Stages, dat bestaat nog maar twintig jaar. Met oortjes of zo heb ik nooit gewerkt. Ik ben zoals Julio Iglesias. Ik zing even goed met of zonder stage. De melodielijn in mijn hoofd, die zing ik vanzelf.'

Wat me in je biografie erg frappeerde is hoezeer je een gevoelsmens bent. Buiten je familie nam je niet snel iemand in vertrouwen.

‘Het is voor mij altijd zeer belangrijk geweest om keuzes te maken zoals je ze voelt. Zo kom je vanzelf terecht bij de mensen die je kent en vertrouwt. Nu was ik altijd al goed omringd, van jongsaf, eerst door mijn moeder en mijn broer Staf, mijn producer en later ook mijn vrouw, die een zeer verstandige is. Sinds Staf, die mijn manager was, is overleden ben ik mijn eigen manager. Een beeld van hem dat ik nooit zal vergeten was tijdens een van onze laatste gesprekken, een week of drie voor hij stierf. Hij zei: ‘ik ken iemand die het (management, red.) zou kunnen doen.' Ik wilde het niet horen. Hij bleef echter aandringen. Om er vanaf te zijn zei ik tegen hem: ‘ja, maar ik ken zelf ook iemand'. ‘Ah ja? Wie?' wilde hij weten. Ik was te emotioneel om het te zeggen, dus ik klopte mezelf op de borst. Ikzelf. Er verscheen een fonkeling in zijn ogen en hij gebaarde een stil applaus. Waarschijnlijk had hij helemaal niemand achter de hand, en dacht hij gewoon hetzelfde als ik. Dat was typisch zijn manier om mij te testen. Dit maar om te zeggen hoe gevoelig mijn manier van werken en leven is. Doordat ik een gevoelig leven heb, heb ik ook gevoelig gewerkt. Hard gewerkt ook. Nooit iets ontzien of half werk gedaan. Als ik iets wou, dan ging ik altijd tot het uiterste.'

Doorheen de tijd draaiden in het ‘fabriekje' Will Tura, als ik het zo mag noemen, tien tot vijftien mensen mee. Mensen voor wie jij hun dagelijks brood bent. Raymond Van het Groenewoud zei dat al vaker in interviews: dat is een zware verantwoordelijkheid om als artiest te moeten dragen.

‘Ja, het weegt op de schouders, zeker, want succes is vaak zo broos. Er zijn hoogtes, laagtes. Zelf heb ik me altijd honderd procent toegelegd op streven naar de perfectie. Daardoor heb ik doorheen de tijd bij een zeer breed publiek respect afgedwongen. Ik denk dat daar de reden ligt dat ik zo lang ben blijven meedraaien. Maar het blijft altijd een risico. Neem alleen nog maar mijn stem. Vannacht ben ik maar om 3 uur gaan slapen en vanavond sta ik hier al terug voor een optreden. Belangrijk is dat de ‘drive' er nog altijd is. Ik wil nog voortdoen, gewoon omdat ik het zo heel graag doe. Het zit in mijn bloed. De adrenaline wil ik gebruiken in de muziek. Maar ik wil het enkel doen, zolang ik voel dat het goed is. Ik wil zeker in schoonheid stoppen. De mensen mogen later geen beeld van mij krijgen van ‘oei, het gaat niet meer'. De leeuw in mij laat dat niet toe. Iedereen mag weten dat ik het vandaag nog heel graag doe en ik er ook echt alles blijf voor doen, maar in het leven is niets eeuwig. Zo realistisch ben ik wel. Vroeg of laat komt de dag dat ik voel dat ik het niet meer kan vasthouden. Dan zal ik zeggen: dat was het.

Voor de Will Tura van de bals was ik nog wat te jong, maar ik ken wel de Will Tura die het aandurfde om in Vorst of op Marktrock te gaan spelen. Denk je achteraf niet dat je destijds sneller de overstap naar concerten had moeten maken?

‘Het was toen zeker geen vanzelfsprekende stap om als schlagerzanger in theaters te gaan. We hebben daar lang aan getwijfeld. Ik was immers de kampioen van de bals, met een fantastisch orkest en een geweldige sfeer. Al had ik ondertussen wel liedjes geschreven en opgenomen waarvan ik wist: later wil ik die spelen in een zaal waar het licht helemaal uit is, waar het muisstil is en de mensen komen luisteren. Liedjes als ‘Iemand daarboven houdt van mij', alleen op de piano, of ‘Twee oudjes'. Vandaag kan ik perfect de twee aan: een zaal in vuur en vlam zetten met mijn grote hits en een theaterzaal de rillingen bezorgen. Ooit wil nog een kleine reeks optredens doen, waarbij ik enkel mijn chansons speel, de liedjes met de mooiste teksten uit mijn repertoire. Ik denk dat daar een publiek voor is, al hoeven dat niet de grote theaters te zijn.'

Componeer je vooral op piano of op gitaar?

‘Zowel op gitaar als piano, vroeger ook op accordeon, maar die geraakte dan uit de mode. Ik zou mijn accordeon - ik heb thuis een hele goeie - terug wat meer moeten gebruiken. Die dreun van de muziek op je borstkast, dat voelt heel goed aan. Als ik niet kan slapen, dan komt het door de muziek. Ik ben altijd bezig met componeren. Toen ik nog jong was noemde ik dat niet componeren, maar fantaseren. Ik improviseerde maar wat op de piano. Tot mijn producer zei: maar schrijf dat toch eens op.'