Prof Johan Swinnen

Prof Swinnen: “We kunnen van kanker min of meer een controleerbare ziekte maken”

Gepost op 21/08/2017
Door: Jean-Paul Van der Elst

Er zijn nauwelijks nog families waar men niet met kanker werd of wordt geconfronteerd. De ziekte komt voor in alle klassen van de bevolking en zowel  bij jonge als bij oudere mensen. Professor Johan Swinnen (51) is een gerenommeerd kankeronderzoeker aan de KU Leuven. Al 25 jaar lang onderzoekt hij nieuwe therapieën om kanker terug te dringen. Zes jaar geleden werd hij op een zeer directe wijze geconfronteerd met kanker en de behandeling ervan toen zijn zoon Pieter (19) een uitgezaaide hersentumor bleek te hebben. Hij kreeg een zeer zware behandeling met chirurgie, chemo en radiotherapie. Pieter overleefde de behandeling maar belandde in een rolstoel. Het heeft Johan Swinnen extra gemotiveerd om nog harder te zoeken naar betere en minder beschadigende therapieën. Wij hadden met hem een gesprek over kanker- en kankeronderzoek.

Kan u een zeer algemene definitie geven van wat kanker is?

Kanker is een aandoening waarbij cellen van ons lichaam zich ongecontroleerd gaan delen en op die manier een tumor vormen, een hoopje cellen die er normaal niet moeten zijn. Kanker kan ontstaan in nagenoeg elk weefsel of orgaan, hoewel bv borstkanker, prostaatkanker, long- en darmkanker het meest voorkomen. Typisch voor kwaadaardige kankers is dat cellen van de oorspronkelijk tumor kunnen vrijkomen en zich bv via de bloedbaan of het lymfestelsel gaan uitzaaien naar andere organen. Het zijn deze uitzaaiingen of metastasen die vaak het moeilijkst te behandelen zijn en daardoor dikwijls ook levensbedreigend zijn.

Is ‘kanker’ verschillend van mens tot mens? En zo ja, waarin ligt dat verschil?

Kanker ontstaat grotendeels doordat er foutjes (mutaties) ontstaan in het DNA, de genetische drager die in al onze cellen zit. Deze genetische informatie bestaat uit zo’n 3 miljard ‘letters’ die samen bepalen hoe we eruit zien en hoe vaak en wanneer onze cellen moeten delen. Foutjes kunnen toevallig ontstaan, maar kunnen ook geïnduceerd worden door schadelijke stoffen zoals deze in de rook van sigaretten, of door UV-licht van de zon. Deze foutjes kunnen zowat overal in het DNA ontstaan. Gewoonlijk is één foutje ook niet genoeg om tot kanker te leiden, en vinden we meerdere foutjes in één tumorcel. Deze foutjes kunnen sterk verschillen van tumor tot tumor. Ze zijn vaak anders in een darmtumor dan in een borsttumor bijvoorbeeld. Maar ook binnen één tumortype zoals borstkanker, kunnen deze erg verschillen van mens tot mens. Dat maakt dat elke kankerpatiënt eigenlijk uniek is.

In interviews klinkt u vaak heel hoopvol over de strijd om kanker te overwinnen. Vanwaar uw optimisme?

Ondanks de complexiteit van de ziekte heeft onderzoek van de laatste jaren een ongeëvenaard inzicht gegeven in de mechanismen die aan de basis liggen van het ontstaan en de progressie van kanker. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe behandelingen die effectiever zijn en zich vaak ook meer selectief richten tegen kankercellen en de normale cellen zoveel mogelijk met rust laten. Hierdoor hebben deze nieuwe behandelingen minder neveneffecten dan de klassieke therapieën. We noemen dit doelgerichte therapie of precisie-geneeskunde. Eén van de uitdagingen is dat elke patiënt verschillend is en op een gepersonaliseerde wijze behandeld moet worden. Ook hier zijn er belangrijke ontwikkelingen waarbij we kankers makkelijker kunnen opsporen, karakteriseren en opvolgen, soms simpelweg in een bloedstaal. Er zijn ongeëvenaarde successen met nieuwe therapieën zoals immuuntherapie. Ook klassieke behandelingen zoals chirurgie en radiotherapie worden steeds preciezer. Of we kanker daarmee altijd echt kunnen gaan genezen denk ik niet, maar we kunnen er wel steeds meer een controleerbare ziekte van maken. En dat merken we al in de cijfers. Er zijn hoe langer hoe meer mensen die de ziekte overwinnen of die er tenminste lang mee verder leven.

De diagnose ‘kanker’ is niet langer noodzakelijk een doodvonnis. Maar de impact van de diagnose blijft wel bijzonder groot. Waarom?

Kanker is inderdaad geen griepje en in vele gevallen blijven we voorlopig nog aangewezen op klassieke behandelingen zoals chirurgie, radiotherapie, en chemotherapie en zijn de neveneffecten zwaar: misselijkheid, extreme vermoeidheid, haarverlies, verminking en tijdelijke of langdurige werkonbekwaamheid. Kanker is daarmee de ziekte met de grootse socio-economische impact. Ook pychologisch weegt de ziekte zwaar. De diagnose van kanker krijgen is alsof de wereld in elkaar stort. Dagelijkse patronen worden doorbroken. Zekerheden vallen weg. De ziekte kan altijd terugkeren en die onzekerheid blijft als een zwaard van Damocles boven je hoofd hangen. De ziekte weegt ook zwaar op de gezinsgenoten, die zich moeten aanpassen aan de nieuwe situatie en vaak een deel van de verzorging op zich nemen, en op het hele sociale weefsel dat sterk wordt aangetast. De impact is zo groot dat patiënten vaak spreken over hun leven voor en na kanker.

Er zijn talrijke hoopvolle nieuwe therapieën. Welke aanpak biedt het meeste kans om een aantal types van kanker onder controle te krijgen?

De behandeling van kanker is sterk afhankelijk van het stadium van de tumor. Zolang de tumor gelocaliseerd is en nog niet is uitgezaaid, volstaat vaak een locale ingreep zoals chirurgie en/of radiotherapie. Is de tumor uitgezaaid, dan is er vaak een systemische behandeling nodig, van het hele lichaam zeg maar. Naast de klassieke chemo hebben we steeds meer doelgerichte therapieën met antistoffen of kleine chemische moleculen die zich selectief richten tegen eiwitten met een foutje in de kankercellen. Erg beloftevol is de nieuwe immuuntherapie, die nu wordt uitgetest en geoptimaliseerd voor steeds meer kankertypes. Hierdoor kunnen we het eigen afweersysteem inzetten tegen de kankercellen en van binnenuit een meer stabiele onderdrukking van de kanker bekomen. Ook normalisatie van bloedvatvorming in tumoren en interferentie met energiemetabolisme kunnen nieuwe mogelijkheden bieden in de toekomst. Elk op zich hebben deze therapieën potentieel, maar houden ze ook gevaren in dat kankercellen er snel aan gaan ontsnappen. Combinatietherapieën en opeenvolgingen van aangepaste behandelingen lijken dan ook de beste optie voor heel wat kankers.

Wat zijn de moeilijkst te behandelen kankers en welke kankers bieden het meeste kans op herstel?

Bij de moeilijkst te behandelen kankers behoren pancreaskanker, ovariumkanker en bepaalde lever- en hersenkankers. Het probleem is vaak dat deze kankers pas laat worden gedetecteerd wanneer de kanker al is uitgezaaid en er geen echt effectieve behandelingen meer zijn. Kankers die makkelijker en vroeger kunnen opgespoord worden, bieden over het algemeen een beter overleving. Dat geldt onder andere voor borst-, prostaat-, baarmoederkhalskanker en hodgekin lymphoma, wanneer ze vroeg genoeg worden gedetecteerd, en bepaalde huidkankers of traagroeiende kankers zoals chronische myelogene leukemie. Het komt erop neer dat vroege detectie vaak bepalend is voor genezing, vandaar het belang van deelname aan bevolkingsonderzoek voor vroegtijdige kankeropsporing.

Welke rol spelen, volgens u, externe factoren (roken, alcoholgebruik, omgevingsfactoren, …) op het ontstaan van kankers?

Er wordt aangenomen dat bijna 50% van alle kankers vermeden kunnen worden door het aannemen van een gezonde levensstijl. Dat roken slecht is, hoeft geen betoog. Dat is ontegensprekelijk aangetoond. Overmatig alcoholgebruik is ook sterk geassocieerd met bepaalde kankertypes. Zonnebanken en overmatig zonnen induceren bepaalde huidkankers Overgewicht is ook een factor die bijdraagt tot de ontwikkeling van heel wat types van kanker. Een gezonde gevarieerde voeding rijk aan groenten en fruit, en beperkt in vetten, rood vlees en alcohol, en dit gecomplementeerd met regelmatige fysieke activiteit en vrij van roken, lijkt best om de kans op kanker te verminderen.

Is er ook een erfelijk aspect?

Erfelijke aspecten zijn er zeker. In sommige families komt kanker meer voor dan in andere. Als er meerdere leden in je nabije familie (ouders, broers, zussen) slachtoffer zijn geworden van kanker, heb je vaak zelf ook een verhoogde kans. Sommige familiale kankergenen zijn goed gekend. En typisch voorbeeld is BRCA1, een gen dat verantwoordelijk is voor bepaalde familiale borstkankers.

Vele mensen leven met de overtuiging dat het aantal kankergevallen zienderogen toeneemt. Strookt dat met de werkelijkheid?

Het klopt dat het aantal kankergevallen nog steeds toeneemt. Dat kan verklaard worden door het feit dat er steeds meer mensen zijn, dat de bevolking vergrijst en dat bepaalde kankers door de veranderende leefgewoontes ook steeds meer voorkomen. Ook door de verbeterde opsporingstechnieken detecteren we kanker sneller. Er wordt verwacht dat in de komende decennia het aantal kankergevallen nog verder zal stijgen en dat er tegen 2030 bijna dubbel zoveel nieuwe kankergevallen per jaar zullen zijn dan nu. Gelukkig kunnen we steeds meer van deze mensen helpen en zullen relatief meer mensen hun kanker overleven.

U gaat in augustus naar Santiago de Compostela met een rugzak vol boodschappen van kankerpatiënten. Waarom doet u dat?

Op 21 augustus begin ik aan een loop van Leuven naar Santiago de Compostela. 2400 km, 80-100 km per dag, 4 weken lang. Ik doe dat in de eerste plaats uit dankbaarheid en bewondering voor de moed van mijn zoontje Pieter bij wie in er 2011 een hersentumor werd vastgesteld. Zijn prognose was bijzonder slecht. Ik had beloofd dat als we Pieter over 5 jaar nog bij ons zouden hebben, dat ik dan iets “zots” zou doen. Nu is het zover. Ik wil zijn strijd en die van vele andere kankerpatiënten symbolisch overdoen. Ik wil hier ook zoveel mogelijk andere kankerpatiënten en hun naasten bij betrekken. Zij kunnen hun boodschappen meegeven via www.post-voor-compostela.be. Boodschappen van frustratie, verdriet, maar ook hoop en dankbaarheid. Deze gaan allemaal mee de rugzak in, helemaal naar Compostela. Ik ben ervan overtuigd dat heel wat mensen hier steun uit halen en de reacties zijn dan ook bijzonder lovend. Tegelijkertijd doe ik dit voor fundraising voor het Leuvens kankerinstituut, waaraan ik verbonden ben. Als we vooruitgang willen boeken in de strijd tegen kanker, is kankeronderzoek essentieel. En dat kost geld.

Wat is het belang van een actie als Kom Op Tegen Kanker?

Acties zoals deze brengen in de eerste plaats de problematiek van kanker onder de aandacht. En dat is belangrijk. Het moet ons aanzetten ons bewust te zijn van het probleem, ons te laten onderzoeken en om gezonder te leven. Ze helpen kanker ook uit de taboesfeer te halen en om kankerpatiënten eens in het zonnetje te zetten. Het geld dat wordt opgehaald is essentieel om kankeronderzoek te financieren en om kankerpatiënten psychische, sociale en waar nodig financiële steun te bieden.

Sommige behandelingen kosten fortuinen aan de sociale zekerheid. Wat maakt kankerbehandelingen zo duur?

De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is niet evident. Vaak werken grote teams jarenlang aan één middel, vaak ook zonder succes. Het vereist een combinatie van specifieke expertises en dure infrastructuur. Bevindingen die in proefbuizen en in celculturen worden gedaan, moeten vertaald worden naar een geneesmiddel dat moet worden uitgetest in proefdieren en daarna in grote klinische studies bij de mens, meestal in meerdere centra. De nieuwe geneesmiddelen zijn vaak maar bruikbaar voor een kleine fractie van kankerpatiënten. Soms worden ze maar enkele jaren gebruikt en worden dan vervangen door inmiddels betere varianten. De kosten van de onwikkeling moeten terug verdiend worden in een korte periode vanuit een kleine patiëntenpopulatie. En uiteraard proberen bedrijven ook wel winst te maken. Er kan allicht bespaard worden door goede prijsafspraken te maken en door patiënten te selecteren wiens kans het hoogst is dat ze goed zullen reageren op de therapie.

Kanker is wel diep in uw leven geslopen. U hebt een zoon die op zijn dertiende kanker kreeg, die uiteindelijk overwon maar toch voor het leven getekend is. Hoe heeft de kanker en de behandeling van uw zoon het leven van uw gezin veranderd?

Als kankeronderzoeker ben ik altijd nauw bij de ziekte betrokken geweest. Maar als die dan zo kortbij komt in je eigen gezin is dat toch nog wat anders. Bij zulke diagnose staat het leven even stil en zakt de wereld in elkaar. Je stelt je vele vragen. En dan zijn er al die behandelingen. Ruim een jaar lang. Een week ziekenhuis en dan weer even thuis. Pieter in een rolstoel. Stoppen met school. Mij echtgenote is part-time gaan werken. Ik ben meer van thuis uit gaan werken. Uit noodzaak, want we kunnen Pieter niet alleen laten. We hebben naar een nieuwe dynamiek moeten zoeken. Agenda’s moeten voordurend op elkaar worden afgestemd.  We zijn een ander gezin geworden dan voordien, maar we zijn er zeker niet op achteruit gegaan. Eigenlijk werk ik nog harder dan ooit daarvoor. En als gezin zijn we ook minstens zo gelukkig als daarvoor. We hebben geleerd wat meer te relativeren en wat meer te genieten van elkaars aanwezigheid. We letten zo weinig mogelijk op wat Pieter en wijzelf niet meer kunnen, maar focussen op wat nog wel kan, en dat is best veel.

Minister van volksgezondheid Maggie De Block woont in onze Goeiedagregio. Wat is volgens u prioritair voor een beter kankerbeleid?

De behandeling van kanker wordt hoe langer hoe complexer. Gespecialiseerde kankercenters, met geassocieerde netwerken, zijn cruciaal om een optimale behandeling te garanderen en om dure infrastructuur optimaal te laten renderen. Kankercenters zoals het Leuvens kankerinstituut combineren daarbij onderzoek en zorg, en staan zo garant om nieuwe ontwikkelingen zo snel en efficiënt mogelijk tot bij de patiënt te brengen. Helaas worden in ons land kankercenters nauwelijks structureel gefinancierd in vergelijking met het buitenland. Dat is nochtans essentieel om competitief te blijven. Ook moeten we blijven stimuleren om zoveel mogelijk patiënten te laten deelnemen aan klinische studies. Voor velen van hen is dat hun enige hoop en voor onderzoekers en clinici is het de ultieme weg om tastbare vooruitgang te boeken.

Heeft u, met uw werk en uw gezin, nog tijd voor ontspanning?

Zeer weinig. Ik werk vaak lange dagen, leid onderzoek, geef les, heb vele vergaderingen, en geef lezingen overal in het land, vaak ook ’s avonds. Daarna werk ik meestal thuis verder, vaak tot ver na middernacht. Ook in de weekends gaat het werk gewoon door, al probeer ik dan wel even te gaan lopen, kwestie van in augustus niet helemaal af te gaan. Ook tijdens het lopen denk ik nog veel aan het werk. Af en toe gaat Pieter mee met zijn ligfiets of maken we een gezinsuitstap naar het fitnescentrum. Dat maakt het wat meer ontspannend. Maar de problematiek van kanker is nooit ver weg. En misschien maar goed ook want velen rekenen op onderzoekers zoals mij om hen nieuwe hoop te geven.

Jean-Paul Van der Elst