Paul De Keersmaeker

Paul De Keersmaeker werd op 14 juli 80 jaar. De Kobbegemse brouwerszoon, oud-politicus en bestuurder van grote bedrijven geldt zonder twijfel als de invloedrijkste Assenaar ooit: burgemeester van Kobbegem en Asse, een kwarteeuw parlementslid voor CVP (CD&V), elf jaar federaal staatssecretaris voor Europese zaken en Landbouw, nadien bestuursmandaten in bedrijven als InBev (Interbrew), Domo, KBC, Tractebel, Nestlé en WDP, om er maar enkele te noemen. Ook op zijn 80ste blijkt hij nog steeds niet met pensioen.

‘Paul, gij zijt een van de mensen die gedurende de lange periode dat wij, christendemocraten, hebben doorgebracht in de oppositie, bleef ageren en zaken organiseren die ons opnieuw aan het bewind hebben gebracht.' Dat zei premier Herman Van Rompuy op het tuinfeest in Kobbegem bij de tachtigste verjaardag van De Keersmaeker.

‘Ja, dat was een mooi gebaar van Van Rompuy om zoiets te zeggen in aanwezigheid van zovele belangrijke mensen, maar Herman is dan ook al vele jaren een zeer goede vriend', vertelt hij. ‘Ik was trouwens erg blij dat er die dag zovele vrienden waren, want voor mij was het een verrassing. Mijn kinderen hadden alles georganiseerd.'

Geniet U intussen al een iets rustiger leven?
‘Oh, maar ik ben nog steeds niet gepensioneerd. Ik heb nog enkele belangrijke mandaten, waaronder het voorzitterschap van Europalia. Daarvoor was ik de laatste tijd nog elf keer in China. Europalia heeft de opdracht om het Europa van vandaag aan China voor te stellen. Daar ben ik nog tot oktober in betrokken. Daarna word ik vervangen door mijn vriend Georges Jacobs, de gewezen baas van UCB en inwoner van Brussegem. Verder ben ik onder meer ook nog voorzitter van de raad van bestuur van PA International (Public Advice International Foundation), een wereldwijde non-profit met een groot netwerk aan oudere staatsmannen. Het werd gesticht door Rio Praaning, Nederlander van Indonesische adellijke afkomst. Ook Dries van Agt, voormalig eerste minister van Nederland, Frits Bolkestein en Mark Eyskens zitten mee in het bestuur. We geven politiek en strategisch advies aan regeringen en internationale organisaties bij grens- en cultuuroverschrijdende problemen.'

Landbouw staat in ons land vandaag weer sterk onder druk en Europa is daarbij kop van jut. Hoe kijkt U daar met uw ervaring tegenaan?
‘Men mag toch ook de enorme steun niet vergeten die Europa in lengte van jaren aan de landbouw heeft gegeven. Jonge boeren beseffen maar al te best dat een landbouwbedrijf vandaag als een zaak moet gerund worden. Dat vergt veel bekwaamheid, investeringen. Land- en tuinbouw zijn in ons land nog steeds belangrijke activiteiten en ik ben er van overtuigd dat er nog een toekomst voor is weggelegd.'

U hebt als minister van Landbouw ook hachelijke momenten meegemaakt. In uw boek ‘De toegevoegde waarde' vertelt U onder meer over het fameuze incident in Libramont waar boeren het podium van waar U sprak bestormden.
‘Het toeval wil dat ik eind vorige maand werd uitgenodigd op die landbouwbeurs in Libramont omdat het twintig jaar geleden was dat ik daar toen nogal hardhandig was aangepakt door protesterende boeren. Het was een hachelijk moment, ja, maar ik had zeker geen schrik. Mijn militaire opleiding kwam me daar nog van pas en gelukkig had ik ook een kabinetsmedewerker bij die ervaring had als paracommando. Ik heb me voor dat protest achteraf trouwens altijd zeer begripvol opgesteld. De voorzitter van de landbouwbeurs herinnerde er aan dat het een heuglijke datum was in de geschiedenis van zijn beurs en hij vond dat ik het nodige begrip en hulde verdiende. Een geste die ik wel kon waarderen en waar ik hem dankbaar om ben.'

Ook de staatshervorming is al enkele jaren een heikel punt. U hebt er zelf enkele van nabij meegemaakt.
‘Ik heb als parlementslid, ten tijde van het Egmontpact, samen met Wilfried Martens en Miet Smet binnen de toenmalige CVP de idee van het federalisme ingang doen vinden. Vandaag lijkt federalisme misschien de normaalste zaak, maar toen lagen de kaarten nog heel anders. Ook vandaag probeer ik nog steeds elke dag dat proces te begrijpen en te steunen. Ik deel de mening dat men daar voorzichtig maar daadkrachtig moet in tewerk gaan. Ik zie dat een meerderheid van de mensen een kans wil geven om een nieuwe structuur aan België te geven die zinvol blijft, weliswaar zo - en dat voeg ik er uitdrukkelijk bij - dat het bestaan van ons vaderland België zijn kansen blijft hebben. Dat vergt hoe dan ook een moedige en originele aanpak.'

Wat ligt U het dichtst aan het hart?
‘Twee dingen. Alle dingen die landbouw aangaan, blijven mij bewegen. Ik heb daar zoveel tijd en Latijn in gestoken dat ik me niet kan inbeelden dat er iets zou doorgaan dat mij ongevoelig zou laten als het over landbouw gaat. Een andere zaak waar ik mij blijf voor inzetten is een zinvolle staatshervorming, met respect voor de federale contexten waarin wij leven en met een oplossing voor de problemen van de gewesten en gemeenschappen. Al is perfectie op dat gebied niet mogelijk, denk ik. In de weinige vrije tijd tracht ik te genieten van het tuinieren, de natuur en de jacht.'