Jan Hoet

Jan Hoet (°1936) was van 1961 tot 1975 kunstleraar in Gent. Van 1975 tot 2003 was hij directeur van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Gent, dat in 1999 een eigen gebouw kreeg: het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, kortweg SMAK. Van 2003 tot 2008 was hij artistiek leider van het MARTa museum in het Duitse Herford. Jan Hoet organiseerde prestigieuze kunstevenementen in binnen- en buitenland, zoals Chambres d'Amis in Gent (1986), Documenta IX in Kassel (Duitsland, 1992), Over the Edges in Gent (2000) en Sonsbeek 9 in Arnhem (Nederland, 2001). Binnenkort gaat hij zelfs in China aan de slag. Maar op 21 augustus opent hij in Asse de driejaarlijkse "Van stof tot asse".

Mijnheer Hoet, hoe kwam u tot de kunst?
Mijn vader was psychiater in Geel. Mijn ouders waren echte kunstliefhebbers. Ze bezochten geregeld musea en tentoonstellingen. Ik was op internaat en las geregeld hun brieven waarin zij over hun kunstuitstapjes vertelden. Zo ontstond de ‘goesting' en ook de spijt dat ik er niet bij kon zijn want we mochten pas om de zes weken naar huis. Later deed ik regentaat plastische opvoeding en studeerde kunstgeschiedenis. Ik was toen al getrouwd, was beginnend kunstenaar en half time leraar. Om wat extra centjes te verdienen maakte ik stripverhalen (voor de Vooruit, Zonneland, Zonnekind en zo meer) samen met fotograaf Rony Heirman. Na een tijdje hield ik als kunstenaar voor bekeken, ik voelde mij geen kunstenaar maar eerder een epigoon die de stijl van anderen achterna liep. Een kunstenaar is een vogel die ‘schuifelt' (fluit) omdat hij zo gebekt is, hij kan niet anders dan het op zijn manier doen.

Wat maakt een kunstenaar tot kunstenaar?
Een kunstenaar wil zich in de eerste plaats uitdrukken. Hij wil zijn kijk op de wereld geven. Hoe hij die wereld ervaart. Elke kunstenaar doet dat op zijn unieke wijze. Het begint altijd op lokaal vlak maar doorbreken doe je alleen maar als er een soort ‘universeel appel' is, iets wat mensen wereldwijd weet te raken. Kijk naar de ‘mosselpot' van Marcel Broodthaers. ‘Lokaler' dan dat is bijna onmogelijk en toch is Broodthaers internationaal erkend. Warhol bijvoorbeeld heeft de consumptie gered voor de vergetelheid. Soep bijvoorbeeld wordt geconsumeerd en daarin schuilt haar vergankelijkheid. Maar Andy Warhol heeft Campbell's Soup omgezet in een icoon dat de tand des tijds zal doorstaan. Hij heeft haar gered van de vergankelijkheid. Hij maakte daarbij gebruik van nieuwe reproductietechnieken (zeefdruk) en noemde zijn studio steevast ‘The Factory' (de fabriek).

Heeft een kunstenaar ook een rol in de maatschappij?
Natuurlijk maar hij heeft ook een persoonlijke rol. Hij is de ‘andere' die jou en mij confronteert met zichzelf en zo een dialoog laat ontstaan tussen elke mens en de buitenwereld. Tegenover een kunstwerk kan je niet neutraal blijven, het ontroert je of je moet er van walgen; je vindt het mooi of bijzonder lelijk; het trekt je aan of stoot je af. Maar je moet positie kiezen.

Zijn kunstenaars individualisten bij uitstek? Vroeger had je groepen, bewegingen met programma's en manifesten.
De wereld is veel complexer dan vroeger. Vroeger was de hiërarchie in de maatschappij veel sterker. Zo ontstonden overal in Europa ongeveer dezelfde artistieke bewegingen. De Jugendstil bijvoorbeeld was een reactie op de industriële revolutie. Vandaag is de wereld constant in beweging. Wij zijn steeds op zoek naar het ‘nieuwe' of de ‘verandering'. Wij willen of kunnen geen keuze meer maken om toch zeker niets te missen. Bovendien is een kunstenaar veel meer met utopieën bezig dan met waarheden. Toch heeft een kunstenaar meestal zijn wortels in de maatschappij. Maar die maatschappij is sterk veranderd.

Er zijn grote, nieuwe musea bijgekomen in o.m. Antwerpen en Leuven. Vind u het een goed dat elke grote stad zijn eigen museum wil hebben?
Elke stad die zichzelf respecteert zou een eigen museum moeten hebben maar de middelen moeten van de stad zelf komen. In Frankrijk hebben zelfs de kleinste dorpjes een museum dat is gewijd aan hun lokale kunstenaars.

Zullen de kunst en de kunstenaars niet de grootste slachtoffers van de economische crisis worden?
In een kapitalistische wereld wint het individu terwijl de collectiviteit verliest. Dat zie je o.m. bij de aankopen door de musea. Het zijn de privé collectioneurs die winnen. Daarom moeten we absoluut de grote collecties als de Dexia collectie in stand houden. Voor de kunstenaar is elk individu interessant, voor de zakenmensen niet. Zij zijn enkel geïnteresseerd in wat winst kan opleveren.

Wat is het belang van een kunstmanifestatie als ‘Van Stof tot Asse' ?
Je neemt de regio op en verzamelt ze rond kunst. Dat lokale vlak is zeker zo interessant als het internationale. Wie niet naar Venetië kan gaan, kan misschien wel naar Asse komen en in Asse worden de mensen niet bedrogen zoals in Venetië. De kwaliteit van de werken en de kunstenaars die Van Stof tot Asse biedt is van dezelfde orde van grootte als die van de galerij. Wie dus naar Van Stof tot Asse komt, mag kwaliteit verwachten.
Van Stof tot Asse, driejaarlijkse tentoonstelling van actuele kunst van 21/8 tot 18/9 op acht verschillende locaties in Asse. Dertien kunstenaars stellen tentoon. Meer info: www.vanstoftotasse.be