OPWIJK Ruimteijke Orderning Banner

Bouwmeester Scan tekent Opwijk van de toekomst

Gepost op 12/02/2020
Door: Jean-Paul Van der Elst

De gemeente Opwijk liet een Bouwmeester Scan uitvoeren naar het gebruik van de open ruimte. Niet minder dan drie studiebureaus hielden de ruimtelijke ordening in de Sint-Paulusgemeente tegen het licht. In de schuur van het Hof Ten Hemelrijk werden hun conclusies en voorstellen toegelicht. (lees verder onder de foto)

OPWIJK Ruimtelijke Ordening 1

Opwijk is een snelgroeiende gemeente, met een ringweg die het echte centrum ontlas, met nog heel wat groen  maar ook met een versnipperde open ruimte, een overdaad aan geparkeerde wagens en een paar grote verkeersaders die het grondgebied doorsnijden.

Eén van die verkeersaders is de N47 die dwars door Mazenzele snijdt. Een andere is de Vilvoordsesteenweg (N211), de verbinding tussen de A12 en de N47. Door de lintbebouwing langs deze grote wegen verdwijnt de openbare ruimte uit het gezicht. Tot zover de diagnose.

Remedies

Daarna was het tijd om remedies voor te stellen. Zo stelden de onderzoekers vast dat er ten noorden van de rug waarop de N211 werd aangelegd, een aantal groene brongebieden zijn. Het verdient aanbeveling om die op één of andere manier met mekaar te verbinden en er bijvoorbeeld de recreatiegebieden te clusteren. (lees  verder onder de foto)

OPWIJK Ruimtelijke Ordening 2

Zo zou de Singel er kunnen uitzien

Een tweede ambitie zou moeten zijn: de kernversterking in Mazenzele. De onderzoekers stellen voor om de vele zijwegen te opwaarderen om zo een oost-west as te creëren die haaks staat op de N47. Langs die N47 zouden er ook bomen kunnen komen. Tenslotte verdient de kerkomgeving een herinrichting, nu is het een asfaltvlakte.

Ook de dorpskern van Opwijk moet een facelift krijgen. Ze kan nog autoluwer door de ringwegen (Ring, Heiveld, Karenveldstraat, Nanovestraat) beter te benutten. Het dorpsplein (Singel) verdient een herinrichting.

Stationsomgeving

Ten slotte stellen de onderzoekers voor om de stationsomgeving (tussen Merelweg en Doortstraat)  te ontwikkelen. Een plan dat we al eens eerder hebben gehoord. De ontwikkeling zou kunnen gepaard gaan met de plannen van de NMBS om alle overwegen op te heffen en (gedeeltelijk) te vervangen door tunnels voor auto’s en/of fietsers. De onderzoekers pleiten voor een ontwikkeling waarin groenvoorzieningen een belangrijke rol spelen.

Conclusie: de ‘ambities’ die de onderzoekers naar voren schuiven zijn niet bijster origineel en zelfs al (gedeeltelijk) uitgevoerd (centrumparking) of minstens gepland (dorpskernvernieuwing Mazenzele).

Jean-Paul Van der Elst